In 1996 kreeg ik interesse in het prijsverloop van financiele instrumenten. Een paar maanden lang volgde ik via teletekst de prijsontwikkeling van de aandelen die in de AEX waren opgenomen. En het werd me duidelijk dat die ontwikkeling volgens een vaste regelmaat verliep. Hoe zit die regelmaat in elkaar? Is hij formaliseerbaar? Wat zegt de literatuur erover? Dat waren mijn vragen na die paar maanden in 1996.
De literatuur was uitgebreid, maar wel overzichtelijk. Veel minder uitgebreid dan ik gewend was bij mijn andere studies. Maar wel veel uitgebreider dan de literatuur van het vak waarin ik gepromoveerd was in 1979, namelijk computerlinguistiek. De literatuur daarover paste in de jaren 70 van de vorige eeuw in een behoorlijke boekentas.

Het werd vrij snel duidelijk dat er niet zoiets bestond als beurswetenschap. Een situatie die vergelijkbaar was met die van computerlingustiek in de jaren 70 van de vorige eeuw. Er was geen geordend geheel van samenhangende publicaties en vooral er was geen theoretisch kader waarin de prijsontwikkeling van financiele instrumenten kon worden geplaatst. Ik vond wat vrijblijvend gebabbel over bullen en beren en de theorie zou dan zijn dat die met elkaar vochten en dat beleggers last hadden van hebzucht en angst.
Ook was er een soort theorie die beweerde dat er zoiets als "echt" beleggen was en een verwerpelijk soort activiteit die "speculeren" werd genoemd. Hele boeken vol bakerpraatjes. Dan was er ook nog een soort discussie over "fundamenteel" en "technisch". Waarbij fundamenteel oreerde dat de beurs niet kon worden voorspeld en technisch dat alle informatie over de beurs in een door een computer vervaardigde grafiek te vinden zou zijn. Volg de grafiek en denk vooral niet na, was daarbij het diepzinnig theorema.
In de tussentijd nam ik waar dat er steeds een bodem viel in october, een top in januari een bodem in april, een top in augustus. Op grond daarvan voorspelde ik in het blad "astro-trader" een belangrijke top tussen 1 juli en 14 augustus 2000 met een uitloop tot 23-9-2000. [ Vol 15, p 2 ]. Het record in de AEX [ 703.18 ] werd gevormd op 5-9-2000. Daarbij trok ik wel de volgende conclusie: Als dit de oplossing van het beursvraagstuk was, dan zou iedereen dat gezien hebben.
Belangrijke inzichten vond ik vervolgens door de studie van het werk van Gann. Die bevestigde dat er een cyclische regelmaat aanwijsbaar is in de prijsontwikkeling van alle financiele instrumenten. Een praktische invulling daarvan werd aangereikt door Walter Bressert .
Inmiddels had ik ook gepubliceerd in het tijdschrift Technical Analysis of Stocks and Commodities en het Nederlandse tijdschrift TKA. Daarin definieerde ik cyclische handelssystemen met als uitgangspunt de ADX [ sept 2000] , de CCI [ juli 2003] en de DMI [ feb 2004 ]. Ook liet ik zien dat de koerspatronen niet werken zoals werd aangegeven door Bulkowski. [ April 2002 ]. Deze conclusie werd jaren later, namelijk in 2009, bevestigd onder de genoemde webstek. Zie ook The pattern site .
In 1999 had ik de theorie rond en die luidt dat de prijsontwikkeling van financiele instrumenten verloopt volgens een vast cyclisch patroon. Dit patroon kan niet worden weergegeven door vaste getallen. Dat wil zeggen: de cyclus is een bewegend doel. Ik vond de wiskunde waarmee dat bewegend doel kan worden geformaliseerd. Vanaf 1999 heb ik alle signalen die Boot/Cycles gaf op de AEX gepubliceerd. Ze waren en zijn foutloos.